Hoort bij: Boeken, Strips | Tags: boek.be, comics, de andere strip, de grote toveraar, de kruisweg van mpyisi, dierenepos, graphic novel, jeroen janssen, pieter van oudheusden, reynaert de vos, robert crumb, striproman, Strips, suske en wiske
Suske en Wiske, Kuifje, Nero, de Smurfen en Kiekeboe: stuk voor stuk namen die deel uit maken van het Belgische strippatrimonium. Dat ons land meer te bieden heeft dan deze usual suspects van de stripwereld, moet de actie De Andere Strip duidelijk maken. Initiatiefnemers Humo en Boek.be selecteerden 24 titels die een staalkaart vormen van de Belgische en internationale striproman. Naast enkele grote namen zoals Robert Crumb, Art Spiegelman en Marjane Satrapi prijkt ook die van Jeroen Janssen. Humo omschreef zijn strip De kruisweg van Mpyisi als ‘een even gruwelijke als geestige reis door het Afrikaanse heart of darkness naar de inktzwarte krochten van de ziel’.
Al ruim tien jaar lang werkt Janssen in de marge van het Belgische striplandschap aan een oeuvre dat bestaat uit onconventionele stripromans die zich niet laten inkapselen door de brave rechthoekjes van de doorsnee krantenstrip. Vanaf de eerste pagina van De kruisweg van Mpyisi – dat het eerste deel van het tweeluik De grote toveraar vormt – word je overdonderd door Janssens lawaaierige tekenstijl. Met ruwe, vette pennentrekken schetst hij drukke tekeningen die krioelen van de details en druipen van de vitaliteit. De tekstballonnen schreeuwen je weinig subtiel toe. Willy Vandersteen had er ongetwijfeld barstende migraine aan overgehouden

De grote toveraar is een moderne hervertelling van een Afrikaans dierenepos. Van den vos Reynaerde, maar dan in de brousse. De haas Bakamé is de Afrikaanse tegenhanger van Reynaert: een sluwe opportunist die eerbare beroepen als dief, pooier en ritselaar op zijn cv heeft staan. De hyena Mpyisi is net zoals de middeleeuwse wolf Isengrijn een gemakkelijke prooi voor de listen van Bakamé. Als ware antiheld van het verhaal strompelt hij in een potsierlijk geruit pak door de jungle.
Wanneer de eer van Mpyisi’s vrouw wordt besmeurd, ziet de hyena zich verplicht haar naam te zuiveren. Mpyisi schakelt daartoe de hulp in van de tovenaar Bwana Kero. De zoektocht naar deze even mysterieuze als schrikbarende figuur vormt de aanzet voor een aaneenschakeling van onheilspellende koortsdromen en erotische uitspattingen, dit alles geïnjecteerd met flinke scheuten slapstick. Hoogtepunt van het verhaal: de helse rit naar het hart van het oerwoud in een gammel busje. Denk aan een kruisbestuiving van Speed en Heart of Darkness.
Toegegeven, voor moderne Afrikaanse dierenepen zal u doorgaans niet op een nachtelijk uur in de rij staan aanschuiven, maar Janssens aanstekelijke no-nonsensestijl, het smeuïge taalgebruik van scenarist Pieter van Oudheusden en de rotvaart waarmee ze hun verhaal vertellen, zorgen dat deze strip meer dan het ontdekken waard is.
Hoort bij: Humor | Tags: george carlin, rip, seven words, modern man, komiek, stand-up comedian
George Carlin wisselt voortaan dick jokes uit met Bill Hicks en Richard Pryor. De Amerikaanse komiek, bekend van zijn Seven Words You Can Never Say on Television, stierf zondagnamiddag op 71-jarige leeftijd.
Hoort bij: Music | Tags: 50 year old man, garage rock, imperial wax solvent, mark e. smith, poedels, post-punk, the fall

Onder het motto ‘if it’s me and your granny on bongos, it’s The Fall’, voert Mark E. Smith meer personeelswissels door dan de doorsnee voetbalploeg. Ook in de aanloop van Imperial Wax Solvent heeft hij alweer een rist muzikanten aan de deur gezet en met evenveel gemak een vers blik opengetrokken. Datzelfde procedé voltrok zich ook tijdens de opnames van Reformation Post TLC. Het leidde tot een rammelende, halfbakken plaat, gevuld met cynische scheldtirades richting de pas ontslagen muzikanten, zo zou de TLC uit de titel staan voor traitors, liars and cunts. Enige scepsis was ons dan ook niet vreemd toen we vernomen dat de notoire brompot opnieuw de studio was ingedoken, dit amper een jaar na het wisselvallige Reformation. Maar die vrees was tot onze opluchting voorbarig: The Fall klonk in jaren niet zo geïnspireerd.
Imperial Wax Solvent opent verrassend fris met ‘Alton Towers’. Smith mompelt over een donkere, trage melodie heen, terwijl een theremin en ongedefinieerd gepiep en gerammel een lugubere backdrop vormen: cartooneske spookhuismuziek die we nog niet eerder van The Fall hoorden. Meteen daarna barst de plaat pas goed open. Het door wolvengehuil geïntroduceerde ‘Wolf Kidult Man’ is strakke, energetische garagerock, vooruit geslingerd door een riff waarvoor vele jonge honden enkele ledematen veil zouden hebben. In het aanstekelijk poppy ‘I’ve Been Duped’ neemt Elena Poulou, alias mevrouw Smith, de vocalen voor haar rekening terwijl de rest van de groep haar in koor begeleidt.
Het epische ‘50 Year Old Man’, nu al een klassieker in het oeuvre van de 30-jarige groep, klokt af op 11:36 en is onderverdeeld in verschillende suites die worden onderbroken door – godbetert – een banjosolo. Het nummer vat drie decennia The Fall uitstekend samen: repetitieve Mancabilly opgebouwd uit postpunkgitaren, ranzige basriffs en overgoten met het sardonische geneuzel van de frontman. Terwijl een pompende bas het nummer vooruit stuwt, lanceert Smith een vuilgebekte paranoïde tirade jegens alles en iedereen die hem ooit scheef aankeek. ’I’m a 50 year old man / and I like it / I’m a 50 year old man / what are you gonna do about it’, sneert hij als een anti-Mick Jagger. Het typeert de tegendraadsheid van de groep uit Manchester om het zwaartepunt van de plaat helemaal vooraan te programmeren.
Na dit bijzonder sterke openingskwartet kent de plaat een dipje: ‘Strange Town’ is een obligate, snel afgehaspelde cover, ‘Taurig’ een elektronisch tussendoortje waar wij warm noch koud van worden. Smith en de muzikanten van dienst herpakken zich echter snel met ‘Tommy Shooter’, een dreigend punknummer met prominente keyboards, en Smith die Beefheartiaanse nonsens in het rond strooit: ‘I’ll reduce your knees to noodles / your doberman pinchers to poodles’. De aan en uit flikkerende gitaren maken van ‘Is This New’ een catchy rocker en het rommelige ‘Latch Key Kid’ ploetert vooruit onder dwang van een zompige bas. De vijftigplusser lijkt zich uitstekend in zijn sas te voelen en wisselt continue tussen zijn oudemannenstem en een hoger bereik. De plaat sluit af met de schurende en piepende gitaren van ‘Exploding Chimney’.
Na meer dan 30 jaar weet de onvoorspelbare frontman nog steeds verrassend snedig uit de hoek te komen. Als gerevitaliseerd tiert, blaft en wauwelt Mark E. Smith doorheen de nummers, en dat zonder teambuildingseminaries of therapeutische groepssessies. De 27e studioplaat van The Fall is meteen ook hun meest consistente sinds The Real New Fall uit 2003. ‘And don’t forget I’m still up to it’, gromt Smith venijnig in ‘50 Year Old Man’. Niemand die daar nog aan durft te twijfelen.
Meer dan tien jaar ligt er tussen Portisheads tweede album en de langverwachte opvolger (die de geïnspireerde titel Third meekreeg), en dan durft een mens al eens hoge verwachtingen koesteren natuurlijk. Als eerste single werd alvast ‘Machine Gun’, euh, afgevuurd. En het blijkt meteen een waarschuwingsschot te zijn: stotterende artificiële drums, een schrille elektronische dreun, koele industriële synths, en Beth Gibbons die haar ijzigste stem uit het diepvriesvak heeft gehaald. Nee, het is niet bepaald een warm terugzien met Bristol’s finest. Met deze onbehaaglijke single lijkt de groep komaf te willen maken met het triphopetiket dat tot hun groot ongenoegen hardnekkig aan hun naam kleeft. ‘Machine Gun’ is vooral koel en afstandelijk. Enkel via het elegische synthmelodietje dat het nummer afsluit, flikkert er een sprankeltje menselijkheid. Zelfs het publiek van Later with Jools Holland lijkt er wat onwennig bij te zitten.